Sambal

Voor veel mensen is sambal een lik rode scherpe saus op de rand van je bord, vergelijkbaar met zoals wij ketchup, mayonaise of andere sauzen gebruiken. In Indonesië echter is sambal een essentieel onderdeel van elke maaltijd, een maaltijd zónder is iets dat een Indonesiër zich niet kan voorstellen. Er worden tientallen soorten sambal gemaakt, van vrij mild tot echt heel erg pedis, afhankelijk welke soort peper er wordt gebruikt. Overigens wordt de alhier meest bekende soort sambal ulek (met dank aan Chinees-Indische restaurants) in Indonesië niet als saus erbij gegeten, het wordt namelijk uitsluitend gebruikt als ingrediënt voor andere gerechten. Best logisch, want deze sambal is alleen maar scherp en zout. 


Op zich is het best een wonderlijke gedachte dat de grondstof voor dat typisch Indonesische product “sambal”, oorspronkelijk van de andere kant van de wereld komt, namelijk midden- en Zuid-Amerika. Pas ergens tussen 1500 en 1600 bereikte de Spaanse peper Indonesië dankzij zeevarenden Portugezen. Voor die tijd dankten gerechten hun pikante smaak vooral aan gember en zwarte peper.

Waarom zijn veel mensen nu eigenlijk gesteld (soms zelfs echt verslaafd) op dat brandende goedje? Dat zit ruwweg zo, Spaanse pepers bevatten capsaïcine. Deze stof activeert bij aanraking onmiddellijk de warmte zintuigen in de mond en wekt als zodanig de illusie van hitte. Als reactie hierop wordt door de hersenen endorfine (de lichaamseigen pijnstiller) geproduceerd om de “schijnpijn” van de vermeende brandwond te bestrijden. Misschien mede door de pijnstilling geeft het de gebruiker een prettig gevoel, zeker indien het pepergebruik een hoge frequentie heeft. Wellicht komt het neer op een vorm van masochisme. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik na zeer scherp gegeten te hebben heerlijk ontspannen op de bank kan zitten niksen. Scherp eten als het warm weer is geeft na afloop van de maaltijd verkoeling.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *